(4u)
Volwassen worden
Kernbegrippen:
volwassenheid, godsdienstige plichten, bar mitswa, bat mitswa, belijdenis,
volwassendoop, vijf zuilen, regels van hindoeïsme en boeddhisme
Hoofdgedachte: Bij alle
godsdiensten leren kinderen de godsdienstige plichten. Als je die begrijpt
en in praktijk kunt brengen, ben je volwassen. Daarvoor hoef je niet per
se wettelijk volwassen te zijn.
De leerlingen kunnen vertellen hoe kinderen bij de
wereldgodsdiensten hun eigen godsdienst leren begrijpen en hoe de
godsdiensten volwassenheid van kinderen vieren.
1.
1. Bereid een presentatie van 10 minuten voor over
het volwassen worden bij een wereldgodsdienst. Je krijgt een van de
volgende onderwerpen: bar mitswa, bat mitswa, vormsel, volwassenendoop,
leren van de pandit, de vijf zuilen leren, een jaar in een boeddhistisch
klooster.
2.
2. Maak een mindmap over de presentaties van je
klasgenoten.
(2u) Gelijkenissen
Kernbegrippen:
gelijkenis, evangelie, Koninkrijk van God
Hoofdgedachte: Jezus
vertelde een goede boodschap (evangelie) over God. God is een Vader en
vraagt van ons God en onze naasten lief te hebben. Na de dood werd
duidelijk dat wie het eeuwige leven wil, Jezus' in woord en daden moet
volgen.
De leerlingen kunnen in enkele zinnen de gelijkenissen
navertellen over: de barmhartige Samaritaan, de verloren zoon, de werkers
in de wijngaard en de zaaier.
De leerlingen kunnen het begrip evangelie uitleggen.
1.
1. Maak een stripverhaal over een van de
gelijkenissen. Verplaats de gelijkenis naar het heden.
2.
2. Schrijf een ooggetuigenverslag of krantenbericht
over het optreden van Jezus.
3.
3. Maak een woordweb rond het woord evangelie.
(2u) Beelden van God
Kernbegrippen:
beeldverbod, namen, hindoegoden,
De leerlingen kunnen uitleggen waarom godsdiensten een
beeldverbod hebben.
De leerlingen kunnen uitleggen waarom hindoes en
boeddhisten beelden hebben.
De leerlingen kunnen uitleggen waarom katholieken beelden
hebben.
1.
1. De docent laat je een mozaïek met Bijbelteksten
en beeldclips over God zien (o.a. Op zoek naar God, Bruce Almighty,
gospelsongs). Maak een mindmap over het onderwerp: beelden van God.
(2u)
Mohammed
Kernbegrippen:Mohammed,
Koran, geloofsbelijdenis, gebed, armengiften, vasten, bedevaart
Hoofdgedachte: Mohammed
bewaarde de openbaringen van God. Samen vormen ze de Koran.
De leerlingen kunnen het verhaal van de roeping van
Mohammed en het ontvangen van de Koran vertellen.
De leerlingen kunnen de betekenis van de vijf zuilen
uitleggen.
1.
1. Zoek met behulp van beeldbankclips informatie
over het leven van Mohammed en de Koran. Noteer wat je te weten bent
gekomen.
2.
2. Maak een poster over de vijf zuilen van de
islam.
(1u) Boeddha
Kernbegrippen: lijden,
verlichting
Hoofdgedachte:
Siddharta werd de Boeddha doordat hij per se het lijden voor de mensen
wilde oplossen. Hij vond het antwoord niet bij priesters en wijzen, maar
in zichzelf.
De leerlingen kunnen vertellen hoe prins Siddharta Boeddha
Gautama werd.
De leerlingen kunnen vertellen wat de Boeddha leerde over
lijden.
1.
1. Maak een samenvatting in tekeningen bij het
verhaal van Siddharta die de Boeddha werd.
2.
2. Maak een fotocollage van verschillende
Boeddhabeelden en schrijf zoveel mogelijk overeenkomsten en verschillen
op.
(1u) Heiligen
Kernbegrippen:
heiligen, gebruiken (rituelen)
Hoofdgedachte: Heiligen
zijn voorbeeldige gelovigen. Ze helpen de mensen om het geloof op de goede
manier te verstaan.
De leerlingen kunnen uitleggen wat de betekenis van de
heiligen zijn: Maria, Sint Nicolaas, Sint Maarten en Sint Franciscus.
1.
1. Zoek verhalen over deze heiligen. Maak een lijst
feestdagen en gebruiken die er bestaan voor deze heiligen.
(2u) Regels
Kernbegrippen: vijf
zuilen, achtvoudige pad, tora, tien geboden, ahimsa, karma
Hoofdgedachte: Elke
godsdienst kent een aantal belangrijke regels. Wie die regels volgt, leeft
in vrede met God, met zijn medemensen en zichzelf. Bij regels is het
belangrijk dat je zelf overtuigd bent van het goede van de regels. Regels
kun je niet zonder overtuiging naleven.
De leerlingen kunnen vertellen wat de godsdiensten met hun
belangrijkste leefregels willen bereiken.
1.
1. Zoek de belangrijkste regels van een
wereldgodsdienst op. Van de docent krijg je de naam van een godsdienst.
Bereid een presentatie van enkele minuten voor over deze regels.
(2u)
Heilig boek
Kernbegrippen: bijbel,
tenach, tora, Koran, Veda’s, wijsheid van Boeddha
Hoofdgedachte:
Godsdiensten hebben heilige teksten. In deze teksten staan regels en
uitleg van God. De teksten van jodendom, christendom en islam houden
verband met elkaar. Jezus is volgens het christendom de Messias uit het
oude testament. Moslims geloven dat de heilige teksten van jodendom en
christendom fouten bevatten en de Koran de definitieve openbaring van God
is.
De leerlingen kunnen de namen noemen van de heilige boeken
van de wereldgodsdiensten.
De leerlingen kunnen vertellen welke relatie bestaat tussen
de heilige boeken van jodendom, christendom en islam.
De leerlingen kunnen vertellen wat we bedoelen met heilige
teksten.
1.
1. Zoek informatie op over de volgende begrippen:
taal van de bijbel, soorten teksten in de bijbel, Woord van God, Heilige
Schrift, oude en nieuwe testament, het volk van God, het beloofde land,
Messias, evangelie, heilige boeken van de wereldgodsdiensten.
(2u) Kerst
Kernbegrippen:
Messias/Verlosser, wijzen, herders, engelen, Herodes, Augustus, Jozef,
Maria, vlucht naar Egypte, midwinterfeest, kerstening, Bonifatius
Hoofdgedachte: Kerst
verving het midwinterfeest zodra het de belangrijkste godsdienst werd in
Europa. Beide feesten gaan over het terugkerende licht: midwinterfeest is
het vieren van de aankomende lente, Kerst is het vieren van Jezus als
licht in de wereld.
De leerlingen kunnen het verhaal van de geboorte van Jezus
in eigen woorden vertellen.
De leerlingen kunnen aan de hand van het verhaal van
Bonifatius vertellen hoe christendom heidense godsdiensten verving.
(2u) Pasen
Kernbegrippen:
kruisiging, opstanding, vergeving
Hoofdgedachte: De dood
van Jezus aan het kruis was nodig vanwege de zonde van de mensen. In het
begin na de schepping begonnen mensen te zondigen. Het christendom leert
dat Jezus de zonde van mensen bij God heeft goedgemaakt. De opstanding van
Jezus laat zien dat mensen eeuwig leven.
1.
1. We bekijken de film Narnia: de leeuw, de heks en
de kleerkast. Tijdens het bekijken van de film heeft de docent op een
aantal overeenkomsten met het paasverhaal gewezen. Schrijf zoveel mogelijk
overeenkomsten tussen Pasen en de film op.
(5u) Eigen leervraag 1
(5u) Eigen leervraag 2
Kernbegrippen: geloof,
godsdienst, levensbeschouwing
De leerlingen kunnen vragen die ze zich stellen formuleren
tot een onderzoeksvraag.
De leerlingen kunnen geschikte informatiebronnen vinden en
de vraag beantwoorden.
1.
Bedenk
een vraag over een onderwerp dat te maken heeft met
godsdienst/levensbeschouwing en je erg interesseert. Stel jezelf daarvoor
de vragen: wat wil ik weten, hoe kom ik het te weten, hoe laat ik zien wat
ik weet?
Urentotaal: 30u